Samen
29/11/2009
Samen
Ik ben geboren in het tijdvak Toen Geluk Heel Gewoon was. Aan de late jaren vijftig bewaar ik eigenlijk geen herinneringen, maar aan de jaren zestig des te meer. De eerst vijf jaren woonden wij in een arbeiderswijkje. In de straat was op een uitzondering na, nog niemand die een auto had. De straat was er voor ons kinderen, om te spelen. 
Ik heb nog een heel scherp beeld van die periode. Misschien is dit beeld wel wat beperkt of geromantiseerd, maar het is wel het beeld dat ik mijn hele leven al bij mij draag. Het leven was buitengewoon simpel: het ging om het leven in en om het huis. Vader was naar zijn werk, moeder zorgde voor het huis en voor de kinderen en de kinderen speelden voornamelijk buiten op straat.

Verjaardagen en het kerstfeest waren hoogtepunten. En Sinterklaas natuurlijk. Veel extraatjes waren er niet, dus de hoogtijdagen waren ontzettend belangrijk. Net zo belangrijk als de dankbaarheid voor de cadeautjes die je kreeg of de maaltijd die we genoten: kip met witlof en gebakken aardappelen.

Nu ik dit zo opschrijf, buitelen de herinneringen weer door mijn hoofd en voel ik me als een kind in de snoepjeswinkel, niet wetende wat hij tussen zoveel prikkelingen nou eens zal kopen!

Mijn vader vertelde dikwijls dat er in die tijd grote geldzorgen waren. De kinderen hadden kleding nodig en het kolenhok moest immers vol! Was die hindernis eenmaal genomen, dan volgden er nog velen.
Ik ben ervan overtuigd dat mijn ouders in die tijd veel geleden hebben. Mijn vader, omdat hij vond dat het ophoesten van geld zijn probleem was en daar mijn moeder tegen wilde beschermen.
En mijn moeder, omdat ze mijn vader die hierdoor veel van huis was en naar haar smaak heel weinig zag, zo haar droom van een harmonieus huwelijk in duigen zag vallen.

Wij hadden daar als heel jonge kinderen weinig weet van, ware het dat mijn ouders wel eens woorden hadden. Dan smeet mijn moeder uit boosheid potten en pannen door de kamer en zweeg mijn vader uit pure machteloosheid.
Het ging daarbij altijd om wederzijds onbegrip en verdriet over het scheeflopen van de persoonlijke verwachtingen.

Niettemin was de tijd voor ons kinderen zorgeloos. Met een bakker en een melkboer die aan huis kwamen, de schillen die werden opgehaald, de verzekeringsmeneer die aan huis zijn premie kwam innen en het beschermde spelen in de speeltuin om de hoek.

Met Bonanza, zaterdagavond op televisie die nog maar EEN zender had. Met een rookworst van de HEMA die je met zijn zessen moest delen. Met zelfgemaakte patat van mijn moeder omdat de patat uit de kraam een paar straten verderop met vijftien cent per portie te duur was.

Och, wat een herinneringen. Mijn vader noemde herinneringen op zijn sterfbed "schatten". En dat zijn het ook. Ook al raak ik alles kwijt, deze mooie herinneringen heb ik nog. Dat zijn dan de laatste dingen die je kunt vasthouden. Ook die zal je uiteindelijk moeten loslaten. Maar nu nog niet!