Saamhorigheid
23/11/2009
Saamhorigheid
Ik ben in dienst van een vereniging. En in een vereniging hebben de leden het voor het zeggen. Tussen de leden functioneert een bestuur. Dit bestuur bestaat ook uit leden die van de algemene ledenvergadering het mandaat hebben gekregen om de vereniging te besturen. Het is een beetje een technisch praatje, maar wat ik bedoel te zeggen is dat ik in een volstrekt unieke omgeving werk. 
Natuurlijk is dat niet altijd even gemakkelijk. Van mij wordt verwacht dat ik samen met het dagelijks bestuur de boel draaiende hou, gevraagd en ongevraagd adviseer, zo af en toe voor de troepen uit loop, beleid uitvoer maar ook nieuw beleid bedenk en met nieuwe voorstellen kom. Hierdoor ontstaat een gezond spanningsveld waarbij het balanceren tussen de emoties van de vrijwilligers en 'wat wijsheid is', heel gewoon is. Nogmaals, dat is niet altijd even gemakkelijk, maar wel erg boeiend.

Ik ben dus in dienst van een vereniging. Dat is op zichzelf uniek. Maar minstens zo uniek is het gegeven dat onze vereniging feitelijk alleen draait op het enthousiasme van vrijwilligers. Mensen die zich zonder geldelijk gewin inzetten voor het hogere doel, namelijk hun vereniging.
Onze vereniging heeft op dit moment nog twintig ereleden. Een groep voornamelijk oudere mannen en vrouwen die zich buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt voor onze organisatie, hun vereniging.

Afgelopen vrijdag hadden we een speciale middag voor deze ereleden georganiseerd. Toespraakje, drankje en gezelligheid. De dames van kantoor hadden voor iedereen een speciaal fotoboek bedacht en de medewerkers van buurthuis West End hadden een traditioneel Indonesische maaltijd gemaakt.
Op zulke momenten blijkt ook het grote belang van saamhorigheid.

Saamhorigheid is lang niet altijd vanzelfsprekend meer. Je kunt het nog zo graag willen, maar je dwingt het niet af. Vrijdag was het er. Helemaal vanzelf.

Ongeveer 15 jaar geleden waren er bij de organisatie waarvoor ik toen werkte, ongeveer veertig gepensioneerde werknemers. De werkgever zelf deed daar niet veel aan, maar de personeelsvereniging des te meer. Tijdens de eerste oergezellige jaarlijkse bijeenkomst, vatte een oud collega het als volgt samen:
"We hoeven helemaal geen grote dingen. Een koppie thee en een peertje zijn voldoende."